Ronde tafel: De toekomst van arbeid en gezondheid
De afgelopen jaren vinden er veel ontwikkelingen plaats binnen de arbo- en re-integratiemarkt. Personeelsschaarste, toenemende complexiteit en een groeiende vraag naar (kwalitatieve) arbodienstverlening en re-integratie zorgen ervoor dat organisaties in de keten voortdurend zoeken naar manieren om hun aanpak slimmer, consistenter en toekomstgericht te organiseren.
Genoeg reden om ondernemers en specialisten uit de sector bij elkaar te brengen en hierover het gesprek aan te gaan. In dit artikel delen we de inzichten uit een ronde tafel die Aeternus organiseerde op het kantoor in Eindhoven, waar ondernemers uit de arbo- en re-integratiesector en de overnamespecialisten van Aeternus met elkaar in gesprek gingen.
Vier onderwerpen stonden daarbij centraal:
- Is taakdelegatie een blijvende oplossing?
- Is preventief (verzuim)beleid de toekomst?
- ‘’De One-Shop-Fits-All’’: hoe werken disciplines echt samen?
- AI en automatisering: hoe ver durven we te gaan?
De ronde tafel bestond uit drie ondernemers en specialisten die in de Arbo- en Re-integratie keten actief zijn:
- Wilma Roskam (Power4People);
- Ernst Kühne (TopzorgGroep);
- Stephan van Houtem (2Grip).
Namens Aeternus schoven Joeri Verlinden, Geoffrey Noij en Stef van den Tillaart aan. Joeri, Geoffrey en Stef vormen samen het Arbo, HR en Re-integratie team binnen Aeternus en begeleiden ondernemingen in de sector op onder andere strategisch gebied, M&A-gebied en waarderingsvraagstukken.
Is taakdelegatie een blijvende oplossing/model?
Door het tekort aan bedrijfsartsen is taakdelegatie voor aanbieders een manier geworden om de druk op te vangen. Maar volgens de deelnemers aan tafel is dit een tijdelijke oplossing die de structurele problemen niet oplost. Zoals de heer Van Houtem het verwoordde: “Taakdelegatie geeft tijdelijk lucht, maar structureel gebeurt er niets. Je bent vooral bezig met superviseren, niet met verbeteren.”
Taakherschikking is volgens de heer Van Houtem een betere route. Dat betekent professionals opleiden die zelfstandig verantwoordelijk zijn voor onderdelen van het proces binnen de arbodienstverlening (en mogelijk daaromheen). Dit heeft tot gevolg dat specialisten (idealiter BIG-geregistreerde professionals) verantwoordelijk zijn voor specifieke werkzaamheden zoals psychologen en fysiotherapeuten voor respectievelijk mentale en fysieke klachten. Wél geeft de heer Van Houtem aan dat grote landelijke spelers vaak niet (volledig) ontkomen aan taakdelegatie, aangezien zij in alle geografische uithoeken voldoende dichtheid aan professionals moeten hebben. Gezien de personeelsschaarste en vergrijzing is dit niet altijd haalbaar. Alle deelnemers beamen dan ook dat de sector alle pijlen moet richten op het beperken van de uitstroom en het intensiveren van instroom van kwalitatief personeel.
Mevrouw Roskam ervaart taakdelegatie vanuit haar Spoor-2 specialisme als volgt: ‘’Een Spoor 2 traject is gebouwd op de basis van een FML/IZP of vergelijkbaar. Welke aanpak we ook kiezen (waarbij taakdelegatie zeker een optie of zelfs een noodzaak is), deze basis moet solide zijn.’’ Indien de rol van de bedrijfsarts niet goed genoeg is ingevuld kan dit mogelijk leiden tot een beoordeling die niet volledig accuraat is.
Is preventief (verzuim)beleid de toekomst?
Preventie wordt in veel organisaties nog te veel gezien als iets voor de bedrijfsarts. De ondernemers aan tafel waren daar eensgezind over: preventie gaat niet over behandelen, maar over gedrag, organisatie, cultuur en communicatie. Mevrouw Roskam zei het treffend: ‘’Leidinggevenden kunnen vaak zo aanwijzen wie van hun team binnen vijf jaar zou kunnen vastlopen of uitvallen. Als je dat weet, waarom zou je dan wachten?’’
Preventie begint dus niet in de spreekkamer, maar in de dagelijkse interactie tussen leidinggevende en werknemer. Werknemers die hun inzetbaarheid vroegtijdig bespreken, leidinggevenden die risico’s signaleren en organisaties die patronen herkennen, vormen samen de basis voor een sterkere keten.
Die constatering legt direct een pijnpunt bloot in hoe preventie momenteel is georganiseerd. Ondanks goede intenties blijft preventie in veel organisaties iets wat pas wordt ‘ingeschakeld’ zodra er al duidelijke signalen van uitval zijn. Leidinggevenden zien vaak als eerste dat iemand minder energie heeft, anders reageert of vastloopt, maar hebben niet altijd de tools of het vertrouwen om dat gesprek goed te voeren. Daarmee verschuift de verantwoordelijkheid onbewust naar de arbo- en re-integratiesector, terwijl juist aan de voorkant in het dagelijks werk, de grootste winst te behalen is. De heer Van Houtem beaamt dit: ‘’Preventie is geen medische zaak maar een consultancy vraagstuk’’
Daarnaast laten organisaties kansen liggen door signalen versnipperd te bekijken. Verzuimcijfers, verloop en teamdynamiek worden niet altijd gekoppeld, waardoor patronen te laat worden herkend. Preventie vraagt daarom om een cultuur waarin inzetbaarheid normaal bespreekbaar is, zodat er eerder kan worden bijgestuurd en de bedrijfsarts pas in beeld komt wanneer expertise echt nodig is.
‘’De One-Shop-Fits-All’’: hoe werken disciplines echt samen?
De arbo- en re-integratiesector is opgebouwd uit een brede keten van specialisten waaronder arbodienstverleners, bedrijfsartsen, psychologen, casemanagers, arbeidsdeskundigen en re-integratiespecialisten. De kwaliteit van die keten valt of staat bij gelijkwaardigheid en vertrouwen. Wanneer een schakel niet goed functioneert, heeft dat directe gevolgen voor het hele proces. De heer Kühne verwoordde het als volgt: “Een One-Shop-Fits-All slaagt wanneer professionals elkaar versterken, niet wanneer ze alleen eerder aan tafel zitten.”
In de praktijk ontstaan veel vertragingen doordat basisbeoordelingen niet scherp genoeg zijn, informatie onvoldoende wordt gedeeld of verantwoordelijkheden onduidelijk zijn. Langdurige samenwerkingen zijn een onvoorwaardelijke voorwaarde voor een succesvolle en duurzame samenwerking.
Deze cruciale rol van samenwerking legt meteen de voor- en nadelen van de One-Shop-Fits-All bloot. Het samenbrengen van verschillende professionals binnen een groep zorgt voor nauwere samenwerking, het delen van kennis en een, indien goed georganiseerd, betere dossiervorming. Echter kan het ook zorgen voor gemakzucht of verlies van goede samenwerking(en) met andere professionals binnen of buiten de eigen groep. Dit is ten nadele van zowel de cliënt als de opdrachtgever.
Juist wanneer de One-Shop-Fits-All bewust wordt ingezet als samenwerkingsmodel, en niet als doel op zich, ontstaat ruimte om in een heel vroeg stadium (al in het eerste ziektejaar), het verschil te kunnen maken, mits de juiste professionals samenwerken. Niet door mensen te pushen richting werk, maar door ruimte te creëren voor bewustwording, oriëntatie en perspectief. Binnen een One-Shop-Fits-All komen medische, arbeidskundige en mensgerichte expertise samen en ontstaat rust, duidelijkheid en een volledig plan voor het voorkomen van uitval en een duurzame re-integratie.
AI en automatisering: hoe ver durven we te gaan?
Zoals de heer Kühne zei: “AI geeft inspiratie, geen interventies. Voor echte verandering heb je mensen nodig.” In een vakgebied waarin emotie, vertrouwen en gedrag centraal staan, kan technologie (nog) niet bepalen wat de juiste interventie is. Bedrijven die automatisering slim inzetten vergroten hun efficiëntie, maar behouden hun menselijke kracht als fundament.
Tijdens de discussie werd benadrukt dat technologie vooral waarde toevoegt in het ondersteunen van maatwerkprocessen: het structureren van informatie, het herkennen van patronen en het bieden van handelingsopties aan professionals. AI kan helpen om sneller en consistenter te werken, maar neemt nooit de verantwoordelijkheid over van de mens die het gesprek voert en de afweging maakt.
Juist in dit vakgebied is nuance bepalend. Wat op papier logisch lijkt, kan in de praktijk averechts uitpakken als context, motivatie of onderliggende spanningen niet worden meegewogen. AI is niet in staat om de emotie in de kamer aan te voelen wat juist zo belangrijk is in dit vakgebied. Daarom wordt AI gezien als een hulpmiddel dat professionals scherper én slimmer maakt, niet als een vervanger die beslissingen automatiseert. De toegevoegde waarde zit in het vrijspelen van tijd en aandacht, zodat die ingezet kan worden waar het verschil wordt gemaakt: in persoonlijk contact, vertrouwen en voor duurzame gedragsverandering.
De organisaties die hier het verst in zijn, gebruiken AI niet als eindoplossing, maar als onderdeel van een bredere visie op kwaliteit en mensgericht werken. Technologie wordt ingezet om het fundament te versterken, niet om het te vervangen. Daarmee wordt AI geen risico voor het vak, maar juist een katalysator voor betere begeleiding en het bewerkstelligen van duurzamere inzetbaarheid. Op dit moment zijn de specialisten het erover eens dat AI geen doel op zich is en dus ook (nog) niet de menselijke impact kan vervangen.
De sector in M&A perspectief
Volgens Joeri Verlinden, Director Corporate Finance bij Aeternus, ondergaat de arbo, HR en re-integratiesector een versnelling op M&A-gebied. De benodigde investeringen voor automatisering en AI, schaarste aan kwalitatief personeel (onder andere bedrijfsartsen) en de behoefte vanuit klanten om een integraal dienstenconcept te leveren, zorgt voor een toenemende M&A-activiteit vanuit zowel verkopers– als kopers perspectief.
Kleinere partijen die te weinig (financiële) slagkracht hebben, kunnen hun groeiambitie verwezenlijken door zich aan te sluiten bij een grotere speler. Grotere partijen kunnen door middel van overnames voorzien in hun behoefte aan nieuw kwalitatief personeel, een sterk klantenbestand, omzetgroei en verbreding van diensten. Zowel financiële partijen als strategische partijen betreden de markt om voldoende schaalgrootte te realiseren in een markt die een sterke basis kent door middel van wet- en regelgeving én gezonde rendementen.
Overnamespecialist met kennis van Arbo- en Re-integratiebedrijven
Meer weten over de mogelijkheden voor je eigen bedrijf? Neem dan eens vrijblijvend contact met ons op voor een afspraak.
Aeternus is opgericht in 2006 en heeft inmiddels meer dan 1.500 klanten begeleid in begeleiding van aankooptrajecten en verkooptrajecten, bedrijfswaarderingen, het ophalen van bedrijfsfinancieringen, verkoopvoorbereidingen en valuemanagement. Dit doen we met ruim 75 corporate finance-specialisten verdeeld over vestigingen in Amsterdam, Eindhoven en Venlo.
Joeri Verlinden op